Ontwikkelingsgericht Onderwijs (O.G.O.)
In de kleutergroepen wordt ontwikkelingsgericht gewerkt. Dat wil zeggen dat de onderwijsleergebieden aan bod komen in thema’s. Iedere 4 á 5 weken wordt een thema gekozen uit de belevingswereld van de kinderen. Hier tussendoor wordt ook gewerkt met de seizoenen en de verschillende Christelijke feestdagen. Aan de hand van een thema vullen we een ‘web’ in met de kinderen. We bedenken met behulp van een themalijst activiteiten uit de verschillende onderwijsleergebieden. Dit zijn spel-, constructie-, gespreks-, leesschrijf-, knutsel-, en wiskundige activiteiten. De leerkracht vervult hierbij een sturende rol. In de loop van het thema worden de plannen verder uitgewerkt. De kinderen leren hierbij planmatig te werken, aansluitend bij hun eigen niveau. Voorwaarde voor jonge kinderen om zich te kunnen ontwikkelen is dat ze zich veilig voelen, nieuwsgierig en betrokken zijn. Vanuit deze basis leren ze zich te uiten en bepaalde vaardigheden te beheersen. Door de kinderen continue te betrekken bij de thema’s raken ze heel betrokken bij de activiteiten. We bedenken samen betekenisvolle activiteiten – tijdens het spel in de hoeken
maken de kinderen dingen die ze nodig hebben voor hun rollenspel. Bij de hoeken en de werkjes wordt gestempeld en geschreven wanneer kinderen daar aan toe zijn. Dit gebeurt onder begeleiding en vooral door kinderen uit groep 2.
Taalactiviteiten
Sinds 2005 werken we met een leerlijn ontluikende geletterdheid. Alle onderdelen van de taalontwikkeling krijgen het hele jaar door aandacht.
Ongeveer 2 keer in de week werken we in een kleine kring met de kinderen op hun eigen niveau aan de verschillende taalontwikkelingsgebieden. De ontluikende geletterdheid varieert van het luisteren naar een prentenboekvertelling tot het lezen en schrijven van woorden en zinnen.
In de kleutergroepen besteden we veel aandacht aan de taalontwikkeling. Op deze leeftijd leren de kinderen heel veel op taalgebied. We stimuleren de taalontwikkeling door verschillende activiteiten: onder andere luister- en spreekoefeningen (vooral in spelvorm), voorlezen en bekijken van boeken, vertellen, opzegversjes en rijmpjes, poppenkast,
praatplaten en kringgesprekken.
Spelen met ontwikkelingsmateriaal
Elke dag doen de kinderen veel activiteiten die hiermee te maken hebben.
We verstaan onder dit onderdeel: bouwen, rollenspel, spelen met zand en/of water, allerlei tekentechnieken, knippen, plakken, spelletjes, puzzelen, enzovoorts.
Bewegingsactiviteiten
Kleuters bewegen graag. Dat is ook van belang voor hun ontwikkeling. Elke dag is daarom veel tijd ingeroosterd voor het bewegingsonderwijs. We gaan hiervoor naar het speellokaal of naar buiten.
In het speellokaal worden kring- en zangspelletjes gedaan. Ook wordt er een doorgaande leerlijn gevolgd waarbij de kinderen verschillende motorische ontwikkelingen leren beheersen. U kunt hierbij denken aan: springen, werpen, vangen, rollen, klauteren en glijden.
Buiten wordt voornamelijk gespeeld met en op buitenspel materiaal en het klimtoestel.
Expressieactiviteiten
In de onderbouw gebruiken we de methode ‘Muziek moet je doen’. De kinderen leren liedjes, er wordt muziek gemaakt en geluisterd naar muziek, Ook bewegen we op muziek.
Af en toe spelen de kinderen een rollenspel uit voor de groep (poppenkast, drama, een toneelstukje).
Reken-wiskundige activiteiten
In de groepen 1 en 2 ligt het accent in het wiskundeonderwijs op wiskunde in de alledaagse situatie: op eenvoudige en praktische wiskunde en ontwikkeling van taal.
De omgeving waarin de kleuters spelen en het dagritme bieden de kinderen allerlei aanleidingen om te gaan tellen, vergelijken, passen, meten en wegen en hierover met anderen te communiceren.
Sinds 2006 werken we met een leerlijn voor ontluikende gecijferdheid.
Tijdens het schooljaar komen de verschillende onderdelen hieruit aan bod.
Bij de voorbereiding van een thema krijgen wiskundige activiteiten een plek.
Ook tijdens kringactiviteiten worden er wiskundige activiteiten gedaan.